Verslag Grande Finale

De Sturende Overheid




Datum: 14 mei 2009
Locatie: Kasteel De Wittenburg

De 6e editie van Het Publieke Sector Debat op 14 mei a.s. zoekt de nuance achter de huidige tijdsgeest en brengt de nieuwe denkkaders in kaart voor de sturende rol van de overheid. Lunchgesprekken en kamerdebatten worden afgewisseld met plenaire betogen, debatten en een afsluitend kasteeldiner.


Visie op de sturende overheid

Het plenaire gedeelte van het Publieke Sector Debat werd geopend door een betoog van Jan Willem Holtslag waarin hij zij  visie geeft op de sturende overheid. Hij vertelt dat toen hij in de jaren 70 op het ministerie begon, hij een rijksdienst aantrof die zwak georganiseerd was; de ministeries bestonden uit losse, machtige, directoraten generaal. Vervolgens kreeg deze, niet georganiseerde, staat te maken met diverse hervormingen zoals de vorming van de EEG, de oliecrisis, etc. De EEG ontwikkelde zich verder tot de EU waarbij het Europees recht veel invloed kreeg. De invloed van Europa ging zelfs veel verder dan alleen het juridische spectrum; denk hierbij bijvoorbeeld aan de door de Lissabon-agenda opgelegde beleidsmatige maatregelen tegen schooluitval. Ondanks dat er veel kritiek is, is er nog geen enkel land uit de EU gestapt en Nederland heeft de EU zelfs nodig om nog wat te betekenen in een wereld waarin het economische zwaartepunt verschuift naar andere werelddelen. Hij stelt dat het democratisch deficit niet in Europa zit, maar op nationaal niveau ligt. Dat de oude bureaucratie in de weg zou staan van de democratie bracht de overheid op het idee van marktdenken: diensten moesten doelgericht worden, niet regelgebaseerd. Verzelfstandiging, privatisering en doelmatig bestuur waren de nieuwe termen. Deels is dit succesvol geweest, maar er zijn ook genoeg voorbeelden waar dit een stuk moeizamer gaat (bijvoorbeeld in de zorg). Doordat de nadruk ligt op de voordelen van de markt ontstond er een cultuur van 'bad government'; het lijkt erop dat het politieke bestuur niet goed functioneert, burgers verwachten steeds meer van de overheid en de gemeente verwordt tot een soort uitvoerend zelfstandig bestuursorgaan. De macht van de losse DG's op de ministeries is voorgoed gebroken, er is steeds meer macht buiten de muren van de rijksoverheid. Ondanks de crisis zijn de verwachtingen die de burgers van de overheid hebben onverminderd hoog en men eist dat de bureaucratie wordt aangepakt. Holtslag ziet de crisis vooral als een stresstest voor het openbaar bestuur. Hij spreekt zijn hoop uit dat het kabinet en de Tweede Kamer het publiek kunnen uitleggen waarom bepaalde maatregelen nodig zijn en dat de vernieuwing op de ministeries zich richt op taken en kwaliteit en niet op kwantiteit en het uitgangspunt dat het vooral minder moet zijn.

Nederlandse belangen en Europese verplichtingen

Na Jan Willem Holtslag volgt een betoog van Jan Kees Wiebenga waarin de centrale vraag is hoe de Nederlandse overheid in Europees verband kan sturen en hij doet dit vanuit het oogpunt van twee (fictieve) beleidsambtenaren op het ministerie. Hij geeft aan dat Nederland niet meer om de EU heen kan. Een deel van onze wetgeving is afkomstig uit Europa. Per secotor verschilt dat in hoeveelheid, maar vast staat dat de invloed van Europa groot is en dat de overheid moet leren denken over Nederland en de EU samen, in plaats van tegen elkaar. De centrale vraag moet niet langer zijn: "Hoe gaan we om met de toenemende Europese invloed op het Nederlandse beleid?", maar "Hoe beïnvloedt Nederland de Europese beleidsagenda?". Om dit goed te kunnen doen moeten de twee beleidsambtenaren uit zijn voorbeeld een aantal dingen leren: ze moeten hun vooroordelen over de EU opzij zetten, ze moeten accepteren dat er verschillende politieke culturen zijn en ze moeten leren hoe de Eu echt werkt. Ze moeten leren dat de EU een duaal systeem is, een intergouvernementele en een communautaire unie. Tussen deze twee woedt een continue machtsstrijd en de Nederlandse overheid moet in beide systemen haar belangen behartigen. Wiebenga sluit af met een paar aanbevelingen:

* hij is van mening dat de minister-president en de ministerraad de Nederlandse prioriteiten veel zichtbaarder moeten maken.
* Er zou een goed loopbaanbeleid moeten komen om ambtenaren te doordringen van het belang van de EU.
* Benoem geen DG's meer die niet hebben gewerkt in Brussel of bij een andere internationale instantie, zoals de Wereldbank.
* Maak een goed terugkeerbeleid, zodat uitwisseling van ambtenaren tussen Brussel en Den Haag op gang komt.

Debat: herijking van publiek-privaat ondernemerschap

Na de inleidingen van Jan Willem Holtslag en Jan Kees Wiebenga is het tijd voor een paneldiscussie met Simon van Driel, Voorzitter MVO Nederland, Steven de Waal, Voorzitter en Oprichter Public Space Denktank en Bert Keijts, DG Rijkswaterstaat. Van Driel opent de discussie door aan te geven dat we al 20 jaar bezig zijn met publiek private samenwerking (PPS), maar dat er toch nu toe nog steeds geen resultaat is. Wellicht dat dat alsnog op gang komt als de crisis maar lang genoeg duurt, maar hij is nog niet heel optimistisch. Keijts kan zich daar niet helemaal bij aansluiten omdat Rijkswaterstaat wel succesvol bezig is met PPS. Maar Van Driel geeft een voorbeeld van een pensioenfonds dat in duurzaamheid wilde investeren samen met de overheid, waarbij het 6,5 maand duurde voordat het eerste gesprek plaats kon vinden. De Waal haakt hierop in door te zeggen dat de overheid nog steeds los van de markt kan opereren omdat het ministerie van Financiën zo makkelijk geld kan lenen. Zodra dit minder wordt, zal de druk om samen te werken met de markt verder toenemen. Daarnaast stelt hij dat grote PPS-projecten mislukken door gebrek aan competenties bij de overheid. Over de verkoop van Essent is het panel het met elkaar eens dat de overheid niet aan de kant moet staan, maar juist samen met bedrijven de concurrentie in Europa en de wereld aan moet gaan, waarbij we ervoor moeten waken productie en innovatie niet volledig uit handen te geven. Met het oog op de huidige crisis bemerkt Van Driel dat zich steeds meer bedrijven bij MVO Nederland aanmelden. Men realiseert zich dat hier kansen liggen voor Nederland; als we goede oplossingen ontwikkelen voor de grondstof- en energiecrisis, wordt duurzaam, maatschappelijk verantwoord ondernemen een goed exportproduct. De overheid kan hierin veel betekenen als zij de oude denkkaders loslaat en minder terughoudend is. De Waal besluit de discussie met een aanbeveling: "Als we de uitvoering centraler zetten dan het beleid en bonussen geven aan iedereen die voor zijn werk gevaar loopt, zoals politiemensen, dan wordt de overheid effectiever en de bureaucratie minder. We moeten prestaties gaan belonen, niet regels. En dat kan op deze manier. Zeker als we de mensen die in de uitvoering werken hoger belonen, hoger dan de Balkenende-norm." Een uitspraak die enige hilariteit in de zaal oplevert, want volgens een aantal deelnemers gebeurt dat laatste al lang. En daarmee is het plenaire gedeelte van het Publieke Sector Debat 2009 afgesloten.

Uitgesproken

Geen items gevonden.